Uw lenzen gebruiken
Zachte lenzen inzetten
- Was en droog altijd eerst je handen voordat je de lenzen aanraakt.
- Controleer of de lens niet binnenstebuiten zijn gekeerd: Plaats de lenzen op je wijsvinger om de vorm ervan te contoleren.

Soms is het erg moeilijk te zien of de lens de juiste vorm heeft daarom kun je hem ook nog op een andere manier controleren.Hou de lens tussen duim en wijsvinger. Buig de randen van de lens voorzichtig naar elkaar toe. Wanneer de randen van de lens naar elkaar toe buigen, zit de lens goed. Indien de randen eerder van elkaar weg plooien, dan zit de lens binnenstebuiten.
- Gebruik de wijsvinger en middelvinger om het bovenste ooglid omhoog en het onderste ooglid omlaag te houden. Plaats de lens op het oog.
Zachte lenzen uithalen
- Was en droog altijd eerst je handen voordat je de lenzen aanraakt.
- Kijk omhoog en houd het onderste ooglid omlaag.
- Knijp nu voorzichtig met het topje van je wijsvinger en duim de zijkanten van de lens naar elkaar toe en verwijder de lens uit het oog.
- Soms wil de lens wel eens wat vaster op het oog blijven zitten, dit gebeurt vooral als je siliconen lenzen draagt. Plaats in dat geval de top van je wijsvinger op de lens en duw de lens een beetje naar beneden. De lens komt zo wat losser op het oog te zitten en dan kun je hem met duim en wijsvinger vast pakken.
- Plaats de lenzen in de lenshouder, welke gevuld is met de verse nieuwe vloeistof die ik jou geadviseerd heb.














